Hoofdtekst
Urbanie: Dat was een kindje die lik helegans weg gink en ze peisden dat het dood was. En met veel over te geven dat dat lik over was. Dat was de kanteirn dat ze zeien.Nele: En moest je ook niet opletten als een vreemde je aanraakte of als ze iets aan je gaven?Urbanie: Dat wier vele gez…, dat wierd gezeid van d'oeders jazelve. 'k Weten ik dat wok nog goed dat mijn moeder zei kiek ge meugt nooit niet annemen en meugt nooit met niemand meegoan lik of ze dat nu zeggen. Dat was toen wok azo.Nele: En kon je betoverd zijn daardoor?Urbanie: Dat weet ik niet wè.Nele: Heb je nog gehoord van dieren die betoverd waren?
Beschrijving
Vroeger vertelde men de kinderen dat ze nooit iets van een vreemde mochten aannemen.
Bron
N. Goderis, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (torhout en omstreken)
7e
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Torhout   
