Hoofdtekst
Ik reed met die bakfiets rond om krantjes van Salaam Lombok uit te delen aan de winkeliers. Dat is even afstappen, krantjes binnen brengen en weer naar buiten. Daar ga je niet telkens je fiets voor op slot zetten. Maar ik zag vanuit een winkel vier Marokkaanse jongens als luipaarden om die bakfiets heensluipen met zo'n blik van: van wie zou die zijn? Toen ik naar buiten kwam, vroegen ze: 'Is die bakfiets van jou?' 'Nou,' zei ik, 'hij is niet echt van mij, maar ik gebruik hem nu.' 'Waarom zet je hem niet op slot?' vroegen ze. 'Omdat ik jullie vertrouw,' zei ik. Ik wou ze even jennen, en ze waren hier toch even door van hun stuk gebracht. Toen zeiden ze: 'Nou, dan heb je geluk gehad.' 'Nee,' blufte ik, 'jullie hebben geluk gehad.' 'Hoezo?' zeiden ze: 'Wij zijn met z'n vieren en jij bent maar alleen. Jij kan toch niet tegen ons op.' Dus ik blufte door: 'Dan moesten jullie het maar eens proberen.' Dat hebben ze toch maar niet gedaan. Ik weet zeker dat als die Surinaamse man van Boeng Fasi het had gezien, dat 'ie meteen met een eind hout uit zijn winkel was gekomen.
(Parafrase van het verhaal, verteld op 25 augustus 1999 te Lombok, Utrecht)
(Parafrase van het verhaal, verteld op 25 augustus 1999 te Lombok, Utrecht)
Beschrijving
Verteller ziet dat vier Marokkaanse jongens ongezonde belangstelling hebben voor zijn bakfiets. Hij bluft zich evenwel uit de situatie.
Bron
parafrase van mondelinge vertelling
Commentaar
25 augustus 1999
Naam Overig in Tekst
Salaam Lombok   
Marokkaans   
Surinaams   
Boeng Fasi   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
