Hoofdtekst
En dan ging het rond dat daar vroeger jaren, dat was een barreel zegden ze, daar mochten geen vrachtvoerders of zo door. En dan, bij mijn grootmoeder was het café en daar spanden ze ook uit, ge weet wel met de wagen kwamen ze van ge weet niet hoever. En dan zegden ze: 'Stien, ge hebt toch uw barreelgeld gehad?' 'Ik heb niks gezien', zei ze. Daar is nochtans hier ene doorgekomen te paard. En toen zegt mijn grootvader zo: 'Dan zal ik eens luisteren op de kasseistenen zo.' En om elf uur zo was dat, dat kwam aan Bokrijk en dat ging zo weg. Daar stond een man met zijn twee paarden en die sliepen. En daar ging grootvader heen en hij zei: 'Allé, in godsnaam.' En ze gingen aan. O, dat heb ik hem zo dikwijls horen vertellen. Dat gebeurde dikwijls dat ze daar stonden en ze konden niet weg. Dan haalden ze de paarden bij Driesen, dat was een brouwer. En dan spanden ze die paarden daarvoor maar dat kon niet helpen, de paarden sliepen.
Beschrijving
Bij het café van Stien aan de slagboom lieten vele reizigers hun paarden even rusten. Wanneer ze dan opnieuw wilden vertrekken, konden de paarden niet meer verder. De dieren waren in slaap gevallen.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
midden-limburgs
b
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Stien   
Naam Locatie in Tekst
Genk   
