Hoofdtekst
Daar was hier ooch ne boer en die had ne knecht en die moest mest varen met de kar naar 't veld en dat lag daar dan op rijen. En die had zo e boekske bij en den eersten hoop die pakte hij aan en deed 't gelijk 't moest zijn. En dan pakte hij ze boekske. 'En nu allemaal' zei hij dan en dat boekske deed dat.
Beschrijving
Een knecht die het veld moest bemesten, stak zijn mestvork in één hoopje mest. Nadat de knecht een klein stukje van het veld had bemest, zei hij: "En nu allemaal". Met behulp van een toverboekje kon de knecht op die manier in een mum van tijd het hele veld bemesten.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (noord-west)
263
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaulille   
