Hoofdtekst
Stallichten ziet men aan 't water. Zieltjes van ongedoopte kinderen.Welle woonden daar ginder, niet wijd van de beemden, aan de Neet hè. En dan gingen welle 's avonds buiten en dan zagen welle stallichten. Aan beemden waren die. Als welle 's avonds buiten gingen dan zagen welle die. Dat hebt ge aan de waters heb ik altijd horen zeggen. O, dat was zo lijk een rond licht van wijd te zien. Ik was nog jong zelle. Later zijn welle daar vertrokken. Aan de beemden zaagt ge dat zo, maar nadatem heb ik dat niet meer gezien. Daar hedden welle schrik van hè. Daar mocht ge niet op wenken, dat was gevaarlijk. Dan kwam dat aan huis. Zieltjes van ongedoopte kinderen, dat zeiden ze. Ja, dat dachten ze dat dat stallichten waren. Ja, maar ik heb naar waarheid horen zeggen dat dat uit waters, uit moerassen opsteeg.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Boven de beemden bij de Nete zag men 's avonds altijd stallichten. Naar dergelijke lichtjes mocht men niet wenken, want dat was gevaarlijk. De mensen geloofden dat stallichten de zieltjes van ongedoopte kinderen waren. Sommigen beweerden dat de lichtjes ontstonden uit de dampen die opstegen uit de moerassen.
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps (westerlo en omgeving)
87
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtvenne   
Plaats van Handelen
Nete   
