Hoofdtekst
Ik had ne kameraad in Voorde waar dat ik nogal veel ging en daar hadden ze ook ’t een malheur op ’t ander; en op ne keer komt ik daartoe en hij zegt tegen mij: “Komme zie ne keer, ‘k heb de lakens van dat kind nog maar vervest en ’t zitten weer mee miljoenen beesten op! Om u t’overtuigen smijt ik nog ne keer heel den boel weg, we zullen binnen een half ure zien.” En een half ure daarnaar was dat weer ’t zelde!” En daar kwam Vorken dan achter een schop.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man ging vaak op bezoek bij een vriend in Voorde die veel ongeluk had. Het kind dat men daar had, zat altijd vol beestjes, zelfs als men net zijn kleren en zijn lakens had ververst. Op die boerderij kwam vaak een tovenaar een schop lenen.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
564
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Aspelare   
Plaats van Handelen
Voorde   
