Hoofdtekst
Mijn oudste broer zaliger die is nu vijfentwintig jaar dood. Allé een kind van een goed jaar en hij kon niet lopen. En mijn ouders die woonden in Genk, mijn vader die werkte daar in de put en hij was zo een manneke van een jaar hé. En een vrouw uit de geburen die was alle dagen daar en die zat altijd maar met dat kind te houden. Ja, dat is toch een lief manneke en honderdenvijf op een hoop en zo streek ze maar over zijn arm. En 's avonds, het kind heeft iets verkeerds en ze konden hem maar niet stil krijgen, niks. Ze doen hem uit en toen had hij zijn armpjes zo dik gezwollen en dat zo, dat heb ik ons moeder honderden keren horen vertellen en mijn vader. En die wisten geen raad en die gingen naar een pater - ja hoe heette dan die pater ook weer? - ja als daar een mens of een kind van de kwade hand geraakt waren, daar gingen die dan heen hè. En daar ging ons moeder heen met het kind. Ja, die voelde dat armpje, dat het kind van een kwade hand geraakt geweest was en of er iemand thuis geweest is die het kind...'Ja, nu moet ge naar die vrouw gaan', zegden ze tegen ons moeder, als er niks anders bij u thuis geweest is die het kind opgepakt heeft en het over zijn armpjes gewreven.' 'Awel, die moet dat goeddoen', zei hij, 'anders zullen wij eens komen.' En ons moeder zei dat toen ze terug was. Toen zei de heks: 'Ocherm, wat een arm manneke toch, jammer wat is dan dat ?' En ze veegde maar erover en een uur daarna toen was dat helemaal met het kind zijn arm gedaan en dat heb ik haar meer als honderd keren horen vertellen. Ja, in die tijd waren toch mensen die, hè, ik heb dikwijls horen zeggen dat zo mensen afgepakt maar... (sic)
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een kind dat door een heks was aangeraakt, had 's avonds gezwollen armpjes. Omdat het kind de hele tijd bleef huilen, ging de moeder te rade bij een pater. De pater stelde vast dat het kind door de kwade hand was geraakt en hij raadde de moeder aan om de heks een keer op te zoeken zodat ze het kwaad weer ongedaan kon maken. Toen moeder en kind bij de heks waren, sprak de toverkol: "Ocharm, lief kindje, wat is dat?" Nadat de heks over de armpjes van het kind had gewreven, werd het kind weer gezond.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
i
Broer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Genk   
