Hoofdtekst
Aan ’t Kruise stond er ’n linde en ’t zat daar iederen avond ’n luchtje in.’t Was ‘ne keer een - ‘k heb dat nog horen zeggen - en hij wees naar dat luchtje. En dat kwam nader en nader. En hij liep zere naar huis. En hij had zuuste nog den tijd om de deure toe te doen, en hij hoorde ‘nen harden slag op de deure. En, als hij ’s anderdaags keek, stond er ’n hand in.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Bij het Kruis in Beveren-Leie stond een lindeboom waarin iedere avond een lichtje zat. Een man die naar het lichtje had gewezen, zag het lichtje steeds dichterbij komen. De man vluchtte naar binnen en sloeg de deur dicht. Daarna hoorde hij een luide slag; er werd een hand in de deur gebrand.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
18
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beveren-Leie   
Plaats van Handelen
Kruis (Beveren-Leie)   
Beveren-Leie   
