Hoofdtekst
In Meeuwen gong er ene bij de boer werken en de boer schikte hem het veld in, mest breien. Maar die was niet gejaagd, hij had tijd genoeg. 'Maak voort', zei de boer, 'dat ik kan beginnen te ploegen.' 'Ik heb tijd genoeg', zei die heiop, 'maak u maar klaar om te ploegen. Span maar in, we gaan tegaar weg.' Ze kwamen tegaar in 't veld, de knecht breide énen hoop, en toen stak hij de riek in de grond: 'Nu allemaal zo', zei hij. En alles was gebreid. De boer die had het daar niet op en hij zei tegen de knecht: 'Maak maar dat ge weg komt, ik wil u niet meer.' 'Ik zal u toch wel krijgen', zei de knecht. De boer ploegde het heel land om en toen hij gedaan had, lag het mest er weer bovenop. Kijk, zo had die hem tussen gehad.
Onderwerp
SINSAG 0686 - Die aufgebundenen Bohnensträucher. Durch Zauberformel aufgebunden, so dass der Knecht nach der Kirmes gehen kann.   
Beschrijving
In Meeuwen moest een knecht het veld gaan bemesten. De boer zei: "Maak maar voort, zodat ik kan beginnen met ploegen!", waarop de knecht antwoordde: "Ik heb tijd genoeg; zorg maar dat de ploeg klaar is!" De knecht bemestte een klein stukje van het veld, stak dan een mestvork in de grond en zei: "Nu allemaal zo". Het volgende ogenblik was het hele veld bemest. Omdat de boer het zaakje niet vertrouwde, stuurde hij de knecht weg. De knecht wilde wraak nemen omdat hij was ontslagen. Toen de boer het hele veld had omgeploegd, lagen de mesthoopjes er weer bovenop.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongerlo   
Plaats van Handelen
Meeuwen   
