Hoofdtekst
Op de hoef konne ze genen ene knecht houde. Op ne keer hadde ze toch ene en die moest op de zolder slape. En da wijf wilde ze hemme da een heks was en die veranderde heur in nen ezel en die kwam dor aan. Ma dieje mins docht da’s niks, hij had een kopstuk ligge, hij dee dieje ezel da kopstuk aan en ree ermee no benede, hij was nen ouwe soldaat en hij ha spore aan en dreef den ezel over de berge en goeng ermee no de smet en liet de ezel beslage. En de volgende dag had het wijf hoefijzers aan heur hande hange.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een boer kon om een onbekende reden geen enkele knecht in dienst houden. Toen de boer weer eens een nieuwe knecht had aangeworven, ging de jongeman op de zolder slapen. De boerin, een heks die zich in een ezel kon veranderen, trok 's nachts naar de zolder. De knecht sprong onmiddellijk op de ezel en reed met het dier naar de smid. De volgende dag stelde de knecht vast dat de boerin hoefijzers aan haar handen had.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
469
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lommel   
