Hoofdtekst
Dat was daar op het kasteeltje, daar zaten de Bokkerijders en die correspondeerden alle kanten. Als die wegreden met de paarden, dan sloegen ze de hoefijzers achterste voor. En als die iets lenen kwamen en als ze iets schoon kregen, dan brachten ze u dat vuil terug en als ze iets vuil kregen dan brachten ze u dat schoon terug. Dat waren de bokkerijders.
Onderwerp
SINSAG 1291 - Verkehrt beschlagene Pferde (Hufeisen verkehrt untergebunden).   
Beschrijving
De bokkenrijders verbleven in een kasteeltje. Wanneer de rovers er op uit trokken, besloegen ze hun paarden achterstevoren. Als de bokkenrijders iets propers kwamen lenen, brachten ze dat vuil terug. Als ze iets vuils kwamen lenen, brachten ze dat proper terug.
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tussen hasselt en beringen)
102
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kuringen   
