Hoofdtekst
Vrouw alle Vrijdagen ziek.'s Vrijdags was ons moeder altijd ziek en dat duurde tot 's Zaterdags. En da was al twee maanden zo. Dat is nauw toch straf! En ze droeg de melk in Brasschaat. En ze was iedere Vrijdag ziek om dood te gaan. En ze zee: "Hoe is da toch meugelijk?" En ze ging naar den dokteur, naar den ouwe Verlovere. "D'r kom ik direkt henne zien", zeet hem. En een van ons moest de melk ronddragen. En die laag daar te zweten in da bed. "Ik kan bij ouw niks bevijnen", zeet hem, "ik weet totaal nie wat da gij heet. Ik kan ouw e fleske geven, maar as 't binnen drij dagen nie betert, dan is 't erg." "As 't is gelijk gewoonte, dan ben ik morgen terug op", zee ze. En nadien wist ze wie da was. Nen tijd teveuren, d'r kwaam een leurster, die dei heuren toer om iet te verkopen. Ons moeder aai al is iet gekocht de veurige keer. Maar nauw nie. Ons moeder was volop aan heur werk. Ze zee: "Ahwel, ge wilt nie kopen: da zuld'e beklagen" en zij schellende van de werf. Want zij aai heur nie binnen gelaten.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een vrouw was al twee maanden iedere vrijdag doodziek. Pas op zaterdag voelde ze zich beter. De vrouw liet de dokter komen, die haar een flesje gaf en zei: "Als het over drie dagen niet beter is, dan is het erg". Na een tijdje realiseerde de vrouw zich wie haar dat ongeluk had aangedaan. Ze had namelijk bezoek gekregen van een leurster die iets kwam verkopen. Een vorige keer had de vrouw iets gekocht, maar deze keer niet, met alle gevolgen vandien.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
183
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ekeren   
