Hoofdtekst
Beschrijving
Een boer die in een oude boerderij woonde, stelde 's ochtends altijd vast dat de deur van de paardenstal open stond. Op een nacht hoorde de boer gerinkel van kettingen, zodat hij erg bang werd en niet durfde te gaan kijken. De volgende ochtend had zijn paard balgpijn, zodat het dier moest worden afgemaakt.
Drie weken later hoorde de boer 's nachts weer gerammel. Toen hij naar buiten wilde gaan, werd hij door een vreemde kracht terug in zijn slaapkamer gegooid. De volgende ochtend had een ander paard balgpijn, en moest ook dat dier worden afgemaakt. De boer was hopeloos en vertelde in de herberg wat hem was overkomen. Iemand sprak tot de boer: "Jongen, je moet er niet aan twijfelen. Het is Lodder met zijn ketting die je dat aandoet. Zijn macht is zo groot, dat hij alles kan openbreken!"
Drie weken later hoorde de boer 's nachts weer gerammel. Toen hij naar buiten wilde gaan, werd hij door een vreemde kracht terug in zijn slaapkamer gegooid. De volgende ochtend had een ander paard balgpijn, en moest ook dat dier worden afgemaakt. De boer was hopeloos en vertelde in de herberg wat hem was overkomen. Iemand sprak tot de boer: "Jongen, je moet er niet aan twijfelen. Het is Lodder met zijn ketting die je dat aandoet. Zijn macht is zo groot, dat hij alles kan openbreken!"
Bron
G. Goyvaerts, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (tussen leuven, mechelen en brussel)
59
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lodder met zijn ketting   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lambrechts-Woluwe   
