Hoofdtekst
De zuster van de vrouwe (Leonie Kloosters) die me dat verteld hadde droeg e zwort mandige met twee ortjes en ’t zat dor e kattejoengschge in dat ze meehad van heur zuster. En oenderweg dat ging zodanig an ’t wegen dat ze ’t most nerezetten. En ze zweette indeliks. En ze doet ten langen latste heur mandige open en dat kattejoengschge wos weg en ’t zat dor e steen in in de plekke van dat joengschge.
Onderwerp
SINSAG 0345B   
Beschrijving
Een vrouw had van haar zus een jong katje gekregen. De vrouw nam het katje mee in een zwarte mand. Onderweg werd de mand echter zo zwaar dat de vrouw even moest rusten. Toen de vrouw het mandje opende, zag ze dat het katje verdwenen was en dat er een steen in de plaats lag.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
80C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
