Hoofdtekst
Een weerwolf, die kondt ge niets doen, als vóór zijn kop, hè.Dilleke: Dat zeien ze!En daar was een schoenmaker, daar had hij schrik van, als hij hem soms voor de venster zag staan. Ja, die had geen bang van hem. Ze hebben hier toch eens een weerwolf uitgeloerd. Dat was 's nachts. Ja, die ging niet slapen. 's Nachts moest die weerwolven gaan, wor. En die had gezien waar hij zijn vel verstak hier op de 'voat' en ze stuurden die naar Hasselt met de kruiwagen naar de markt. En ze moesten brood bakken en toen hebben ze zijn vel opgestookt. Dat heb ik altijd gehoord.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Een jongen die voor weerwolf speelde, werd op een dag met de kruiwagen naar Hasselt gestuurd. Ondertussen heeft men het dierenvel van de jongen verbrand.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
i''
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
Plaats van Handelen
Hasselt   
