Hoofdtekst
Beschrijving
Een schaapherder had de gewoonte om 's avonds buiten een pijp te roken samen met zijn buurman. Toen de twee daar zaten te roken, kwamen er drie kluddes voorbij, die op handen en voeten liepen en een dierenvel over zich hadden gehangen. Plots sprak de buurman tot de schaapherder: "Nu is het mijn beurt. Ik moet ervandoor". Even later kwam de buurman daar in de gedaante van kludde voorbij. Dergelijke mensen hadden hun ziel voor een bepaalde periode aan de duivel verkocht.
Bron
M. De Groot, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (grens met brabant)
161
Grootvader van een vrouw die in het verhaal wordt vermeld
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Denderwindeke   
