Hoofdtekst
Man leest toverboek: er gebeuren allerlei eigenaardigheden.Ik ken er hier ene en die heeft nog altijd van die boeken. Dat zijn er Hollandse. Hij moest daar achteruit in lezen en dan moest hem de mensen tempteren (plagen). "Geseling des Duivels" heette dien boek. Den uitleg staat daar van voor in. Op enen dag kunt ge de mensen dood krijgen. Hij dacht: ik ga lezen of dat allemaal wel waar is wat ze zeggen. Daar heeft niemand zaken mee, dacht hem en hij maakt alle deuren vast. Hij leest één woord en ze klopten al. Hij gaat met zijn handen aan zijne kop zitten en leest drie woorden. Ze klopten weer. "Binnen. Aan, wie da'k hier zie! Van waar komde?" "Van buiten." En alles was toe! Dat was nu zijne beste kameraad en die kost wat meer dan hij. "Ik heb voor u iets meegebracht." Hij haalt een borrel en een fles jenever uit zijn tes (zak van kledingstuk). "Lust ge geen borrel?" "Ah, ge wilt geen van mij!" "Nu niet, ik ben niet op mijn gemak." Voor den derder keer gepresenteerd en dan pakt hem die borrel aan maar hij giet ze achter zijn gat uit. Op dezelfde moment was die kameraad weg. Hij leest voort en zijn kamer verandert in ne groten dansvloer. Hij hoort muziek en ineens staan daar vier nonnen voor hem. En hoeren en boeren (iemand trachten te verleiden) dat die deden! Hij leest vroem (opnieuw) achteruit – vijf woorden – en toen stond de kamer vol pastoors. Iedere pastoor had een vrames (vrouwmens) bij. Hij dacht: 't zal toch waar zijn wat dat er allemaal in die boeken staat! Hij leest vroem achteruit en alles was weg!Ik ken die mens goed, maar ik durf zijne naam niet noemen.
Beschrijving
In Bevel woonde een man die Hollandse toverboeken bezat. De man moest achterstevoren in die boeken lezen en moest de mensen dan kwellen. Het boek heette "Geseling des Duivels". Op een dag vergrendelde de man al zijn deuren en begon te lezen. Na één woord te hebben gelezen, hoorde de man dat er werd aangeklopt. De man bedekte zijn oren en las drie woorden. Daarna riep hij: "Binnen!" De beste vriend van de man kwam binnen zonder dat er een deur was open geweest. Die vriend beschikte over meer kracht dan de man zelf had. De vriend haalde een fles jenever uit zijn zak en schonk een borrel in. Pas toen de vriend de borrel voor de derde keer had aangeboden, aanvaardde de man de drank, maar goot die achter zijn rug op de grond.
De man las voort en zag zijn kamer in een grote dansvloer veranderen. Er was muziek te horen en er verschenen vier nonnen die de man probeerden te verleiden. De man las vijf woorden en zag daarna allemaal pastoors in de kamer staan, die elk een vrouw bij zich hadden. De man las voort en daarna was het hele tafereel verdwenen.
De man las voort en zag zijn kamer in een grote dansvloer veranderen. Er was muziek te horen en er verschenen vier nonnen die de man probeerden te verleiden. De man las vijf woorden en zag daarna allemaal pastoors in de kamer staan, die elk een vrouw bij zich hadden. De man las voort en daarna was het hele tafereel verdwenen.
Bron
H. Van Hoof, Leuven, 1958
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (lier en omgeving)
321
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Hollands   
Geseling des Duivels (toverboek)   
Naam Locatie in Tekst
Bevel   
Plaats van Handelen
Bevel   
