Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

EMEEU0536_0538_10924

Een sage (mondeling), zondag 30 december 1984

Hoofdtekst

X En van mensen die van de kwade hand geraakt waren, nooit gehoord?35.11 Neen, ja…9 Ons Gonde toch (Aldegonde Portugaels).35.11 Ons Gonde, ja.X Wie is dat?35.11 Mijn dochter.9 Je dochter, ja, die was van de kwade hand geraakt.35.11 Ja kind, je kon er toch niet aan geloven hé, ik geloofde daar niet aan.9 Ja, je moest er nochtans aan geloven, vermits je naar de spirit ging.35.11 Ja, daar ben ik naartoe gegaan, ik ben naar Rocourt gegaan.9 Dan geloofde je ook eraan.35.11 Op Sint-Walburg. X En wat was dan gebeurd, vertel eens?35.11 Ja, het kind was altijd ziek hé. Enfin, als het zat, het viel altijd in slaap. Het had altijd in zijn kopje en in zijn oren iets dat er gekomen was. En die zei tegen mij (de spirit, geestenbezweerder): "Je moet de intentie erop doen," zei hij, "eer dat negen dagen om zijn zul je zien wie het kindje kwaad doet." Tja, en eer de negen dagen om waren, kwam daar iemand binnen en die vroeg of ik een brief wilde schrijven naar haar schoonzoon die bij het leger was. Ik zeg: "Ja, waarom niet hé." En ik schreef die brief en in het buitengaan was ze daar en nam ze het kindje even met zijn oor. En toen wisten ze wie het was. Het was gebeurd hé, je kon niet anders zeggen.X En wat was er achteraf gebeurd? Is het genezen?35.11 Dat heeft lang genoeg geduurd gehad. En naar de kerk gegaan en gebeden en kaarsen gebrand en haar van dat kind weggehouden hé. Maar ze heeft niet lang meer geleefd, ze is kort daarna gestorven. Die had mij een papier gegeven, die dinge dan, want die deed niets anders dan bidden.X De spirit?35.11 Ja. En niets anders dan bidden. Hij had mij een papiertje gegeven en dan moest ik dat in een wijwaterpot leggen. En ik mocht daar niet naar kijken; in de Hoogkerk (baseliek) in de wijwaterpot heb ik dat papiertje gegooid. En iets anders heb ik nooit niet meegemaakt.X En ze is genezen.9 Neen, maar de nacht dat die (heks) gestorven is, had ze het bijna mee gehad. Aah!35.11 Dat is waar, diezelfde nacht dat die gestorven is, enfin, ik heb het kind nooit zo hard weten doen: het kon niet, met handen en voeten sloeg het, het sloeg op zijn hoofd. En mijn man, toen woonden we in de gendarmerie hé, hij wandelde met dat kind op zijn arm hé. En het deed toch zo erg hé. Enfin, je kon het niet geloven. En een beetje erna was dat gekalmeerd; toen was het mens gestorven.X Hoe was de naam van die heks? Weet je dat nog?35.11 Ja, maar dat ga ik toch niet zeggen hoor.X Maar het komt nergens in…35.11 Neen, daar zijn nog mensen van die familie die nog leven.X Ja, maar dat komt nergens in, dat komt niet uit, dat is voor mij.36 Neen, Marie, dat moet je niet zeggen. (volgens zegspersoon nr. 9 was het Anna Pirlet)35.11 En toen in ‘54, ze kon nauwelijks lopen. Ze was maar twee jaar.X En daar was ook nog iets van kaarsevet of zo?35.11 Ja, dat is hetzelfde, dat is daarvan. Die man zei dat ik moest beloven van ergens naartoe te gaan. En als ik beloofd had van ergens naartoe te gaan in een kapel, en toen zei hij dat hij het mij zou laten zien. En toen heeft hij kaarsen op een glas gezet. En die kaarsen zijn opgebrand, heel opgebrand en dat kaarsevet was helemaal door elkaar gelopen. En daar zag ik een kapel met twee bomen langs en dat was het kapelletje dat nog in Blaar staat (gehucht van Tongeren). En daar had ik beloofd van naartoe te gaan. En daar was ik niet geweest. En toen ben ik daar naartoe gegaan met het kind. Dat wist jij ook niet (zegt het tegen zegspersoon nr. 9), maar het is echt waar geweest. En dat zag je zo schoon…9 Ja, ze zeiden altijd: "Gonde is opgegeten door een Fifelein." (Fièvre lente) zoals we toen zeiden. Neen, het waren zenuwen hé, dan was ze opgegeten door de fifelein. En toen had ze beloofd van naar Blaar te gaan.35.11 Dat is juist, dat is juist. Dat zei die man tegen mij toen ik dat beloofdhad en ik daar nog niet geweest was. En toen ben ik daar naartoe geweest.

Beschrijving

Een vrouw ging naar een spirit in Rocourt omdat haar dochter ziek was. Het kind viel altijd in slaap. De spirit sprak tot de vrouw: "Je moet de intentie erop doen. Binnen negen dagen zal je zien wie het kind kwaad doet". Enkele dagen later kwam er een vrouw op bezoek die aan de moeder van het kind vroeg om een brief te schrijven voor iemand. Bij het buitengaan raakte de vrouw het kind in de wieg even aan. Toen wist men wie de schuldige was. De moeder ging vaak naar de kerk, brandde kaarsen en zei gebeden. Van de spirit had ze een briefje gekregen, dat ze in een wijwatervat in een kerk moest leggen. De vrouw mocht het briefje niet bekijken. De moeder heeft het briefje in de Hoogkerk in het wijwatervat gegooid. Uiteindelijk is het kindje genezen.

Bron

E. Meeus, Leuven, 1985

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (tongeren)
35.11
Dochter van de informant
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Tongeren    Tongeren