Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WJACK0327_0328_5936 - De tovenaar verandert van gedaante

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

Ver stonden op wacht aan de Franse grens en toen stond do ene jongen bij mich en die had geen geloof. Die heette Poujèt en ich dacht, nu bin ich gekloet (gefopt). Ich kon niet met hem kallen, ja, ich kon wel maar ich wilde niet. En die kos van alles, dat was enen deugniet. En er lei zich in 't riet en uit het riet kwam enen heer en die kwam bij hem en kalde (praatte) met hem in hond (onder de gedaante van 'n hond). En er klaagde maar tegen de heer en die zei: 'Ver zullen do een eind aan maken' en ze legden hun schoenen in 't gras en wei (toen) de heer weggong, liep weer ene schone zwarten hond in het riet en de jongen zei: 'Nu zeg nooit iets daarvan, watste gezien hebs.' En toen deed hij zoiets aan zijne schoen en ver hebben hem nooit meer gezien en een andere kameraad zei dat hij ook twee keren die heer als mens en als hond bij hem had gezien. Ich woor wit van de schrik. Dat is zo echt waar geweest. Heb ich zelf meegemaakt.

Onderwerp

SINSAG 0750 - Andere Zauberei.    SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   

SINSAG 0670 - Zauberer macht sich unsichtbar.    SINSAG 0670 - Zauberer macht sich unsichtbar.   

Beschrijving

Enkele mannen die bij de Franse grens op wacht stonden, werden vergezeld door een jongen met de naam Poujèt. Die jongen kon zichzelf met zijn voeten aan het plafond hangen. Poujèt bukte zich en praatte met een heer die in de gedaante van een zwarte hond was verschenen. Toen de heer was verdwenen, liet de jongen de andere mannen beloven dat ze aan niemand zouden vertellen wat ze hadden gezien. De jongen raakte zijn schoen aan en verdween daarna spoorloos.

Bron

W. Jackers, Leuven, 1958

Commentaar

2.2 Tovenaars
limburgs (bilzen)
454
memoraat

Naam Overig in Tekst

Poujèt    Poujèt   

Frans    Frans   

Naam Locatie in Tekst

Mopertingen    Mopertingen