Hoofdtekst
Ik wonegen in een huis waar dat er een haag stond achter den oven, en op nen avond zat er een stalkis op die haag en ik ging daar naartoe en die stalkis vloog weg en ik zeg tegen mijn vader: “Hoe zou dat komen dat er hier een stalkis zit, wij en zijn wij pertanks (nochtans) geen geuzen.”
Beschrijving
Een vrouw zag op een avond een stalkaars op de haag die achter haar oven stond. De vrouw ging er naartoe, waarop de stalkaars wegvloog. Daarna sprak de vrouw tot haar vader: “Hoe zou het komen dat hier een stalkaars zit? Wij zijn toch geen geuzen!”
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
44
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Woubrechtegem   
