Hoofdtekst
De Moordenaarsputten In Waasmunster bevinden zich de muërdeneirsputten, ge kunt die nu nog gaan zien.Vroeger zaten in de nabijheid van die putten altijd rovers op loer, over de putten legden ze blaren en over de weg spanden ze een koreken, als er nu ’s avonds iemand over de wegt liep en in de putten viel schopten ze ook tegen de koreken, dan ging er in het verblijf van de rovers een belleke aan het rinkelen.Dan kwamen ze afgelopen, plunderden en slachtten hun slachtoffer af.Op ne kiër hadden ze zo een vroedvrouw in hun put, ze lieten haar los, maar eerst had ze onder bedreigingen beloofd dat ze niks zou zeggen. Ze liet echter onderweg witte boontjes vallen;Op haar sterfbed heeft ze het verteld, tientallen mannen zijn dan gewapend naar de putten getrokken, na een bloedig gevecht hadden ze de rovers uit de weg geruimd.Van mijn vader heb ik steeds horen vertellen dat de hoofdman van die bende altijd op een zwart peird reed, ze noemden die daarom de “Zwarte Ruiter”, vandaar is de naam Ruiterskerk gekomen.
Beschrijving
In Waasmunster waren moordenaarsputten. Daar lagen altijd rovers op de loer, die bladeren over de putten hadden gelegd en een koordje over de weg hadden gespannen. Wanneer iemand ’s avonds tegen dat koordje liep en in de put viel, rinkelde er een belletje. De moordenaars kwamen dan tevoorschijn om hun slachtoffer te doden.
Op een dag was er een vroedvrouw in de put gevallen. De moordenaars lieten haar gaan nadat ze had beloofd aan niemand iets te zullen vertellen. Onderweg liet de vroedvrouw echter witte boontjes vallen. Op haar sterfbed vertelde ze wat ze op die dag had meegemaakt. Tientallen gewapende mannen zijn dan naar de putten getrokken om de rovers na een bloedig gevecht uit de weg te ruimen.
De leider van die moordenaarsbende reed altijd op een zwart paard, waardoor hij ‘de Zwarte Ruiter’ werd genoemd. Vandaar is de naam ‘Ruiterskerk’ gekomen.
Op een dag was er een vroedvrouw in de put gevallen. De moordenaars lieten haar gaan nadat ze had beloofd aan niemand iets te zullen vertellen. Onderweg liet de vroedvrouw echter witte boontjes vallen. Op haar sterfbed vertelde ze wat ze op die dag had meegemaakt. Tientallen gewapende mannen zijn dan naar de putten getrokken om de rovers na een bloedig gevecht uit de weg te ruimen.
De leider van die moordenaarsbende reed altijd op een zwart paard, waardoor hij ‘de Zwarte Ruiter’ werd genoemd. Vandaar is de naam ‘Ruiterskerk’ gekomen.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
259a
fabulaat
Naam Overig in Tekst
moordenaarsputten (Waasmunster)   
Ruiterskerk   
Zwarte Ruiter (bendeleider)   
Naam Locatie in Tekst
Waasmunster   
Plaats van Handelen
Waasmunster   
