Hoofdtekst
M’n vader ging dikkels (dikwijls) met peerd en karre ’s nachts weg met nog n’een andren en ’t zat daar dikkels een doodkeerse in ’t stik. En je ging d’r naartoe en je sloeg d’r naar met z’n jakke (zweep) maar je koste ’t nooit hèn. Dat danste heeltijd weg en were. En van die doodkeersen zeien ze dat da doden waren die weerkeerden.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Een man die 's avonds met paard en kar op pad ging, zag onderweg vaak een doodkeers. De man sloeg met zijn zweep naar de doodkeers, maar hij kon ze niet raken. Het lichtje danste de hele tijd heen en weer. Men vertelde dat doodkeersen die zielen van teruggekeerde doden waren.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (o van houtland)
53
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lichtervelde   
