Hoofdtekst
Kamiel Tjollens moest door een bos naar zijn werk gaan. Tegen dat hij uit dat bos kwam, zweette hij iedere keer, dat het van hem leekte. Altijd zag hij nevens hem een heer gaan die gelijke stap hield met hem. Als ’t gebeurde dat er iemand meeging met hem totdat hij uit dat bos kwam zag die meegaander niemendalle. Wij waren ton nog klene. ’t En was geen perikel van dat er een van ons deur da bos zou durven gaan hebben.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Een man was altijd helemaal bezweet wanneer hij door het bos naar zijn werk ging. In het bos zag hij immers altijd een heer lopen, die gelijke tred met hem hield.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (zuiden)
206
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Marke   
