Hoofdtekst
Man is arm, gaat bij "Avantisten" en wordt welstellend. Christelijke sekte. Ze kennen geen weesgegroet, wel vaderons.Ik heb een kozijntje gehad. Die had ook zijn ziel verkocht. Dat was een baldadigaard, een dronkaard, en arm, heel arm. Op een keer kom ik daar. Die had een schone winkel van stoven. Ik kom bij mijn broer: "Wat is er met onze Don gebeurd." "O, weet gij dat niet? Die heeft zijn ziel verkocht. Hij is nu bij de "Avantisten". Als ge bij hun groep komt, dan maken ze van u een heer." Dat zijn geen slechte mannen zenne. Ik ben eens gaan zien. Toen werden er acht gedoopt. Daar moesten ze eenentwintig jaar voor zijn en bij hun volle verstand. Toen was er een Fransman en die preekte – daar was een vertaler bij – die preekte schoon, en christelijk. Die hadden schoon boeken. Ik heb er eens een gekregen van mijn broer omdat ik leesziek was. "Gij zijt nu zo serieus", zei ik. "Maar Marie, ik ben zo'n heer nu. Maar wat zal onze vader zeggen als hem vroemkwam." En als die bidden, juist lijk bij ons, maar geen weesgegroet. De Vaderons is juist dezelfde. "Ik beken wel dat Onze-Lieve-Vrouw een braaf vrouwke moet geweest zijn dat er Onze-Lieve-Heer uit wilde geboren worden, zei hem, maar meer niet."
Beschrijving
Een arme dronkaard verkocht zijn ziel en ging bij de sekte van de 'Avantisten' (1). Wie bij die sekte wilde gaan, moest minstens éénentwintig jaar zijn en werd dan gedoopt. De sekteleden hadden mooie boeken en baden wel het onzevader, maar geen weesgegroet. Ze zeiden: "Ik beken wel dat Onze-Lieve-Vrouw een braaf vrouwtje moet geweest zijn, en dat Onze-Lieve-Heer uit haar geboren zou zijn, maar meer niet".
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
antwerps (westerlo en omgeving)
839
Neef van de informant
fabulaat
Avantisten: adventisten.
Naam Overig in Tekst
adventisten (sekte)   
Naam Locatie in Tekst
Hulshout   
