Hoofdtekst
De duitse schapers, de die kosten van alles. Mijn nonkel eigenlijk was carton (voerman, paardeknecht) op een pachtgoed en ’t was daar een duitse schaper. Mijn nonkel had dien duitse schaper stijf misdaan. Maar dien duitse schaper had gezeid in zijn eigen: "’k Gaan me wel were wreken”! Een dag of tien nadien, de carton moest door ’s nuchtens stijf vroeg met zijn peerden en twee wagens. Je komt en doet zijn peerd gereed en je gaat naar het wagenkot: geen wagen! Hij gaat naar de boer en zegt hij: "Heeft er entwie die wagens komen halen”? zegt hij, "te zijn geen wagens thuis”! "Bah neen’t”, zegt de boer, "hoe kunt dat zijn”? Ze gaan overal gaan kijken en ze zien nauwers een spoor van een wagen weg te gaan. Ze zien zij niet. "Wat is dat nu”? zegt de boer, "’k gaan ik een keer rond informeren”! Zij zoeken en zoeken achter wagens, maar al met een keer ’t begoste klaren. "Hoe”, zegt de carton, "’t staat daar een wagen van boven op ’t huis”. Ze kijken naar de schuur en er staat daar ook een. Zegt dien boer tegen de carton: "Gij”, zegt hij, "hebt dom geweest met de schaper”! "Dom geweest met de schaper”, zegt de carton! "Ja”, zegt de boer, "’t is van de schaper dat me gekuld (geplaagd, gefopt) zijn”! "Ga bij de schaper en excuseer je, dat dat nooit meer gaat gebeuren en dat je nooit meer dat gaat uitmeten”! "’k Gaan ’t laten passeren”, zei de schaper, "voor deze keer. Haal ja paarden, je wagens gaan gereed staan”. En die wagens kwamen van ’t dak nere op de grond staan en ze stonden gereed om voort te gaan. Dat was in Kemmel toe (te) Soens.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een jongen werkte als paardenknecht op een boerderij in Kemmel waar ook een Duitse schaper woonde. De paardenknecht had de schaapherder iets in de weg gelegd, maar deze laatste was van plan wraak te nemen. Op een ochtend moest de paardenknecht heel vroeg met paard en kar op pad. Toen de jongen de paarden had klaargemaakt, stelde hij vast dat er in het wagenhuis geen kar meer stond. De jongen ging de boer wakker maken en legde uit wat het probleem was. De boer en de knecht zochten overal, maar ze vonden nergens een wagen. Bij het ochtendgloren zagen ze een wagen op het dak van de boerderij staan. "Jij hebt de Duitse schaper boos gemaakt!" sprak de boer tot de knecht, en hij vervolgde: "Ga snel bij hem je excuses aanbieden en zorg ervoor dat dit nooit meer gebeurd!" Toen de knecht zich had verontschuldigd, kwamen de twee wagens vanzelf naar beneden.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
32
Oom van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Kemmel   
