Hoofdtekst
Toverij te Wannegem-Lede.Ezo een hoeve in Wannegem-Lee ook. Der gebeurt op da hoeve altijd wat: beesten staan trampelen, peirden loslopen, ewaar. 't Meisie ging gaan slapen, s' sliept op de voute. En an ze zulder enigste minuten in ulder bedde lagen, hoordegen ze zuldre getrampel en genatersel en gebommesle op de voutzolder boven ulder, waar. En al mee ne keer, kregen ze mee hele pirdemanden irdappels op de voute. Waar, en dat ook gezeid en gedaan, ewaar, en dat er ook van alles gebeurdege. Enne, de paters kwamen dre, de paters wierden ontboon, en de paters hè'n gezocht ip da hof, in wa kot eientlijk dat 't voortkwam, en 't was van nen irdappelkelder, en s' hè'n dien irdappelkelder toegemetst en ie es nog toegemetst, en 't hee gedaan eweest. En da es 't hof De Kete te Wannegem, g' meugt der gaan naar gaan kijken.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Op een hoeve in Wannegem-Lede stonden de dieren te trappelen en werden de paarden losgemaakt. De meid die daar werkte, sliep op de zolder. Wanneer ze enkele minuten in haar bed lag, hoorde ze altijd kabaal. Op zekere dag werd er zelfs een mand aardappelen op de zolder leeggegoten. Men liet de paters komen, die de zaak onderzochten en de aardappelkelder lieten dichtmetselen. Nadat dat was gebeurd, heeft men op die hoeve geen vreemde dingen meer gehoord.
Bron
A. Desmyter, Gent, 1955
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
31
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
Plaats van Handelen
Wannegem-Lede   
