Hoofdtekst
Bo ich woonde kwam een naijôas (= naaister) naaien en 't was eens laat wei (= toen) ze moes(t) weggaan 'ich door (= durf) nie thuis gaan' zei ze. Mè ze zeien wel, ze, dat doa iet zat, ze! onder e baan! doa hörste nu a(lle)mol niemee van.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een naaister die aan het werk was in 's Heerenelderen, durfde 's avonds niet naar huis te gaan omdat het spookte op de weg waarlangs ze moest gaan.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
556
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
's Heerenelderen   
Plaats van Handelen
's Heerenelderen   
