Hoofdtekst
Mijn vader was in den tijd koetsier. Die woonde in Houthem. Op 'ne keer was er feest geweest in Maastricht, daar had hij volk moeten naar toe varen. En Maastricht ligt zeker twee uren van Houthem af. 's Avonds reed hij terug weg, het was nogal koud, en hij had ook wat gedronken. Maar ineens kwam hij in een soort dal onderweg en daar stonden de paarden op 'ne slag stil, en ze stonden daar te triepelen en te sproesen. Hij sprong van de koets af om te gaan kijken wat er aan de hand was, en toen zag hij daar vóór de paarden wat zwarts liggen, een zwarte beest, zo precies een schaap. En d'rekt sprong het de wagen achter. Dat had ogen in zijne kop wie een theeköpke. En toen het weg was, kosten de paarden weer voort. 'Maar als het was blijven zitten, zei hij, dan had ik op zijn pens gestampt, want ik had er gene schrik van.'
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een koetsier uit het Nederlandse Houthem had enkele mensen naar een feest in Maastricht moeten brengen. Toen de koetsier door een dal naar huis reed, bleven de paarden plots stilstaan. De man stapte uit en ging kijken wat er aan de hand was. Vóór de paarden lag een vreemd zwart schaap met ogen zo groot als schoteltjes. Toen het schaap de koetsier zag, verdween het onmiddellijk achter de wagen. Daarna konden de paarden weer verder.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bree en omstreken)
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Houthem   
Nederland   
Maastricht   
