Hoofdtekst
Betoverde zakdoek.Da was ene rijke heer, ene jonkman, en ie was verliefd op een arm werkmansmeisje, en da arme werkmansmeisje moest er niet van weten. Waarom? Omdat diene rijke heer een grote fortuun beschikte en dat die arme vrouw, die arme meid niets bezat. Dat valdege hem lastig. Hij maakte alles en al de dingen mogelijk om toch maar aan de arme meid te geraken. Niets avance. De meid moest er niet van weten. Op zekeren dag, de rijke heer was boos gekomen en op zekeren dag had ie ter wandelinge in het park van het meisje een nieuwe zakdoek te gronde geleid en het meisje in de wandelinge langs daar passeerd en de neusdoek opgepakt. De andere dag was het meisje lam. Waar dat het gebeurd is, is daar ene soorte van een kapel gemaakt, en het meisje daar in geleid voor de tentoonstelling voor het publiek, waardat alle duizende mensen gingen. En met hetgeen dat het meisje kreeg van de mensen, leefde ze. En het meisje wilde niet genezen, heeft geleden en gestreden tot het laatste.
Beschrijving
Een rijke heer was verliefd op een arbeidersdochter die hem niet wilde omdat ze arm was. De heer kon de afwijzing niet verwerken en legde op een dag een nieuwe zakdoek in het park waar het meisje ging wandelen. Toen het meisje de zakdoek op de grond zag liggen, raapte ze hem op en nam hem mee. De volgende dag was het meisje verlamd. Op de plaats van het voorval werd een kapel gebouwd, waar het meisje verbleef en waar ze geld kreeg van bedevaartgangers. Het meisje heeft echter geleden tot ze dood was.
Bron
A. Desmyter, Gent, 1955
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
135
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
