Hoofdtekst
en dô was ene man dee de kôjând kon verdrêve; dee woenden erges in de stad en dee ouverleesden het dan.
Beschrijving
In de stad woonde een man die de kwade hand kon uitschakelen door de plaats van het ongeluk te overlezen.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (sint-truiden)
564
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Buvingen   
