Hoofdtekst
Die heb ik nog gekend in mijnen tijd, dat was ene en die jongen had een busken gevonden op de straat en die was ook betoverd, en zoveel eten als ze de jongen gaven, at die op. Gaven ze hem een heel brood, dan at die het op. En hier was nen onderpastoor, die heeft hem eraf geholpen. Dat heeft lang geduurd, op een paar dagen was dat niet gedaan.
Beschrijving
Een jongen was betoverd geraakt nadat hij op straat een boekje had gevonden. Hoeveel eten men de jongen ook gaf, hij at het allemaal op. Een onderpastoor heeft de jongen van de toverkracht bevrijd en dat heeft maar enkele dagen geduurd.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (rupelstreek en omgeving)
304
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ruisbroek   
