Hoofdtekst
’t Is al lang gelêen, ’t was nog in den tijd dat de mensen aan ’t spinnewiel zaten bij d’olielampe. En ’t was den eersten zondag van den Advent en ’t was avond. En de werewulf was were op toer want den Advent dat is den tijd voor de werewulf. ’t Was alzo den eersten zondag van den Advent en de werewulf begoste were huis te houden en onze gebuurs sloten iedere nacht goed de deuren om er geen schade van te hebben.Op ‘nen avond was-t-er were gekrabbel aan de deure: hij was daar! En de mensen waren natuurlijk wreed vervaard. Maar der was ‘ne sterken bij, en hij nam ’n klosse garen en smeet ze naar de werewulf. En hij begoste te grabbelen en te knauwen, zijn tanden zaten vol garen! En zo koste hij geen schade meer doen.
Beschrijving
Op de eerste zondagavond van de Advent zaten enkele mensen 's avonds bij de olielamp te spinnen, toen ze plots de weerwolf aan de deur hoorde krabben. Een sterke man die niet bang was, gooide een spoel garen naar de weerwolf, waardoor het beest garen tussen de tanden had en geen kwaad meer kon doen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
west-vlaams (tussen schelde en leie)
566
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Advent   
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
