Hoofdtekst
‘k Wasse bezig met cichoreien te drogen over zestig jaar hé, over zestig jaar. Ge moet goed verstaan, over zestig jaar.En ‘k wasse ‘k ik bezig met cichoreien te drogen, en ommeddekeer, als het één van de nacht is, de deure van den ast ging open, verdomme! ’t Kwam daar ‘ne vent in den ast met ’n geite. En hij zegt tegen niemand niet en hij kruipt bij mij alzo. En hij trekt toen de deure van de pijpkamer open. En als hij daar ’n ende in die pijpkamer gezeten heeft bij dat vier (=vuur), kwam-t-ie daar uitgekropen, zwart lijk de kave, de geite met ’n tonge van zo lang, en hij zweette dat de druppels van hem liepen.En de volgende dagen kosten we geen vier meer maken in de pijpkamer: ’t ging altijd dood.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man die witloof aan het drogen was, zag om één uur 's nachts de deur van de ast opengaan. Er verscheen een man met een geit, die naar het vuur in de pijpkamer ging. Na een tijdje kwam de man bezweet en helemaal zwart terug. De volgende dagen slaagde men er niet meer in om vuur te maken in de pijpkamer; het vuur doofde altijd.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
190
1907
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
