Hoofdtekst
In Vloerzegem aan “’t Kromphout” gingen we veel omsteken. Sis kwam af: “Waar hebt ge nu gezeten?” “Sis, dat en kan u niet schelen, waar dat we zitten” zei er enen. Maar ’s nachts, wij hadden een paard mee een veulen, wakker geworden: dat paard liep achter dat veulen, ’s nachts daar dan bijgeslapen enen mee een schop, enen mee een riek, en mee een lantaarn die we uitlieten tot als dat veulen opsprong; dat sprong op en we deden die lantaarn aan brannen maar niet zien hé! De lantaarn uitgedaan, dat was weer ’t zelde; de deur opengetrokken, ‘k zeg: “P. hebt ge ’t varkenskot toe gedaan?” “Ja”, zegt hij maar dat stond open. Dat begost weer mee dat veulen, en de deure die ‘k toegedaan had stond weer open. ’s Anderdaags Sis Groening: “Waar hebt ge nu gezeten, ge kunt nu wel thuisblijven hé”, zei hij.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man die op een avond terugkwam van Vloerzegem, kwam een tovenaar tegen, die vroeg waar hij was geweest. Daarop antwoordde de man: “Dat zijn jouw zaken niet”. Toen de man die avond in zijn bed lag, hoorde hij veel lawaai. Het paard liep achter het veulen. Wanneer men de lantaarn aanstak, was er niets te zien, maar zodra het licht werd gedoofd, begon het lawaai opnieuw.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
587
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aspelare   
Plaats van Handelen
Vloerzegem   
