Hoofdtekst
we ginge nog schoule; en dô was e metske da duir de wei moes gôn; en ze zag dô altêd e lichske ouver ’t wôter springe; en de pastoeur zei da ze moes vrôge wat het moes hebbe. Mo wa het gezegd heit, weit ich ni; da was zoe e dwôllichske, een ongedoept kendche.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Een meisje had aan de pastoor verteld dat ze altijd een lichtje door de weide zag springen. Op aanraden van de pastoor vroeg het meisje aan het lichtje wat het wilde hebben.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (sint-truiden)
46
Kindertijd van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gelinden   
