Hoofdtekst
’t Was hier in den tijd nen duitsken schapere. ’t Kwamen olsan jongens achter hem die de kuttels van de schapen ipraapten. Ie zei: "Loopt ne keer naar dien’ stamenee, en vraagt ’n kitte (kan) bier. Kijkt os de kelderdeure opengaat waar da de krane ligt." Achter ’n endeke, ze kwamen were mee die kitte. Ie dronk z’uit en ie zei: "De krane ligt in ’t Westen." Ie stak zijn makke (staf) uit en ’t kwam iederne keer ne liter bier uit. En ulder vat was leeg zonder da ze ’t wisten.
Onderwerp
SINSAG 0687 - Der sonderbare Schankwirt.   
Beschrijving
In Ledegem werkte vroeger een Duitse schaper. De schaapherder werd altijd gevolgd door jongens die de mest van de schapen opraapten. Op een dag sprak de schaapherder tot één van de jongens: "Ga eens naar die herberg en vraag daar een kan bier. Wanneer de kelderdeur opengaat, moet je goed kijken waar de tapkraan van het bier ligt". Een tijdje later kwam de jongen terug met een kan bier. Hij zei: "De kraan ligt in het westen". Telkens wanneer de schaapherder dorst had, hield hij zijn staf naar het westen. Het volgende ogenblik kwam er bier uit de staf. In het café was het biervat leeg zonder dat men wist hoe dat kwam.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (menen en omstreken)
314
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Ledegem   
Plaats van Handelen
Ledegem   
