Hoofdtekst
’t Brandde ne keer en om te voorkomen dat de gebouwen er rond aangetast zouden zijn, gingen ze naar den onderpastoor. Hij las en hij zweette er bij en de wind keerde. De mensen hier zijn er rotsvast van overtuigd dat den onderpastoor de wind deed keren.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Toen er ergens brand was, liet men de onderpastoor komen. De geestelijke begon te bidden tot hij helemaal bezweet was. Daarna draaide de wind, waardoor de andere gebouwen van de vlammen gespaard bleven. De mensen waren ervan overtuigd dat de onderpastoor de wind had doen draaien.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (zuiden)
173
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Marke   
