Hoofdtekst
Beschrijving
Een jongen uit Denderbelle zag iedere nacht iets in de hoek van zijn huis. De verschijning greep naar de jongen. De ene keer was het een vrouw, de andere keer een hond. De jongen vertelde aan zijn ouders welke angsten hij altijd moest doorstaan. De ouders lieten de jongen overlezen door de paters van Gent. Op de terugweg kwamen ze een vrouw tegen, over wie de jongen zei: "Dat is ze!" Die vrouw was de zus van de eerste moeder van de jongen.
Bron
L. Pauwels, Leuven, 1969
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (noord-west)
637
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Denderbelle   
Plaats van Handelen
Denderbelle   
Gent   
