Hoofdtekst
10.A ... Daar ging iemand naar zijn zuster ...(even onduidelijk omwille van de voorbijrijdende auto's.) en hij komt voorbij een kant gegaan en hij ziet daar iemand met een wit laken om. "Dedomme, wat zit daar?" En hij gaat er eens zien: "Wat zit hier?" zei hij. "Zwijg", zei ze, "want de meid van die persoon is op komst en ik ga die eens op een lopen zetten", maar die andere persoon, die het daar vroeg, die dacht: olla. En hij ging naar haar thuis. En haar broer die zei: "Verdomme". En hij pakt er een hout uit de mutserd en hij erheen, hé. En zij de kant uit. En zo van die deugnieterij, hé.
Beschrijving
Een man die naar zijn zus ging, zag in de wegberm iemand met een laken zitten. Het was een grapjas die een meid wilde bang maken wanneer ze daar voorbij zou komen. De man ging echter naar het huis van de meid om haar te waarschuwen. Daardoor kon de meid een mutsaardentak meenemen om zich tegen het 'spook' te beschermen.
Bron
C. Verheyen, Leuven, 1982
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (arendonk)
10A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Arendonk   

