Hoofdtekst
Beschrijving
De ouders en de oom van een vierjarig meisje uit Scherpenheuvel dat ziek was gingen op Goede Vrijdag op bedevaart naar de Drierstraat in Onze-Lieve-Vrouw-Tielt. Onderweg kwam men een vrouw uit Messelbroek tegen, die het kleine meisje wilde optillen. Toen de oom van het meisje de volgende donderdag naar de markt van Aarschot ging, kwam hij diezelfde vrouw weer tegen. Ze vroeg hem hoe het met het meisje was, waarop de man antwoordde: “Ze is niet ziek meer”. In werkelijkheid had het meisje al tweeëntwintig dagen stuipen. De moeder ging uiteindelijk voor het kind op bedevaart naar de paters van Leuven. Eén van de paters sprak tot haar: “Wees maar gerust, ze zal wel genezen zijn”. Bij haar thuiskomst vernam de moeder van haar man dat hun dochtertje had gelachen. Dat moet omstreeks tien uur zijn geweest, toen de moeder bij de pater was.
Bron
C. Vandendries, Leuven, 1984
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (scherpenheuvel)
7aA
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Leuven   
Leuven (paters van)   
Goede Vrijdag   
Naam Locatie in Tekst
Scherpenheuvel   
Plaats van Handelen
Messelbroek   
Leuven   
Scherpenheuvel   
Aarschot   
Onze-Lieve-Vrouw-Tielt   

