Hoofdtekst
Hier op de straat bij ene, daar hadden ze alle jaars een nieuw veulen vandoen. Het veulen kreeg zo iets wie een koliek, en dan was het kapot. Toen kwam er 'ne jood van Mechelen: 'Koop maar eens een van mij, ik zal het uitmaken.' Ze kochten er een en het schikte zich goed. Maar op 'ne keer weer juist hetzelfde: het begos te stampen en te houwen en te zweten. Ze deden de koopman komen: 'Ik zal in huis blijven zitten', zei hij, 'gaat gij maar de paardstal op. Als het weer begint, dan roept ge me maar.' Den eerste keer kwam hij te laat, maar hij bleef slapen. 'Ik zal dat wel in orde maken', zei hij 'ik moet dat weten.' Het paard begos weer, en toen was hij er op tijd bij. 'Zou ik ze eens doen terugkomen, die u dat lapt', zei hij. En toen was het er een die daar rondliep, met 'ne kapmantel om, een uit de noaber. 'Het zal u niet meer kapot gaan, zei hij. Die kwam 's nachts het paard iets doen, en dan gong het kapot.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een boer was ten einde raad omdat zijn veulens allemaal stierven aan een vreemde ziekte. Op een dag kocht de boer een veulen van een jood uit Mechelen. Lange tijd bleef het veulen gezond, maar op zekere dag werd het echter ook ziek. De jood begreep niet waarom het veulen dat hij had verkocht, ziek was geworden. Daarom bood de verkoper aan om het huis van de boer te bewaken, zodat de boer in de stal voor het zieke veulen kon zorgen. De volgende dag zei de jood: "Zal ik de vrouw die je dat aandoet eens laten langskomen?" Het was een vrouw uit de buurt, die altijd een lange mantel droeg, en 's nachts de veulens kwam beheksen.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
jood   
Naam Locatie in Tekst
Meeuwen   
Plaats van Handelen
Mechelen   
