Hoofdtekst
Mijn moeder en mijn tante passeerdegen ’s avonds en keer aan “Sis Coesens’ oven” en daar werden ze al me ne keer tegen hunne rok iet gewaar. “Wat zou dat nu zijn?” waren ze tegen een bezig; en scha (bang) dat ze waren! En dat heeft ze tot thuis opgevolgd, en iet weten wat dat dat was! Ze pe[i]zen dat ’t kledden moest zijn. Want Kledden wonigen in diën oven.
Beschrijving
Twee vrouwen die op een avond voorbij een oven liepen, voelden iets tegen hun rok schuren. De vrouwen waren doodsbang en geloofden dat het Kledde moest zijn geweest. Kledde woonde immers in die oven.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
164
Moeder en tante van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Idegem   
