Hoofdtekst
Ja, van de mare berêen zijn, dat is wreed zulle! Ge kunt niet meer vergaan en niet meer spreken.En ze zeien ‘ne keer tegen mij: "Ge moet iemand noemen", zeien ze, "ge moet altijd iemand kunnen noemen: den dien dat ge peinst die u van de mare doet berijden". Maar ‘k koste niet klappen! En achter ’n ure, koste ‘k toch iemand roepen en zijne name zeggen, en ’t was gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Wie door de maar werd bereden, kon niet bewegen en niet spreken. Als men de naam kon noemen van de persoon die men ervan verdacht de maar te hebben gestuurd, was men verlost.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
128
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Eloois-Vijve   
