Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO476

Een personal narrative (mondeling), woensdag 08 maart 2000

Hoofdtekst

TM: "Hoe ging het met eten in de hongerwinter? Zijn hier bloembollen en tulpenbollen gegeten?"
MJ: "Nee hoor! Nee, nee, nee! Heb ik niet gehad. maar ik had wel... Wij zaten er niet zo slecht voor. Ten eerste: ik had een oma, en die had wel wat geld. En mijn vader was wel net gestorven, maar mijn moeder kon dat goed redden. Want dat zei ze vroeger altijd: 'Wat heb ik een rijkdom, want ik heb een pensioen van de gemeente.' De meeste mensen die je hier eigenlijk verder had... tuurlijk, d'r waren er genoeg die het net zo als wij hadden. Maar die hadden allemaal... al jaren werkloos hè? En dan krijg je nog zo'n oorlog d'r overheen, en dat valt niet mee. Mijn vader stierf dan in november, en toen konden wij in - denk - '43, konden wij weg, hè. Naar de boer. En mijn moeder zei: 'Jullie gaan mooi niet weg, want ik ben je vader al kwijt', en ik had twee broers, die waren ondergedoken, mijn oudste broers. En mijn moeder zei: 'Jullie gaan mooi niet weg, want ik ben d'r al drie kwijt, en we gaan maar samen dood,' zei ze, 'van de honger.' Maar mijn moeder die kon dat heel goed; die was altijd heel erg goed voor iedereen. Bijvoorbeeld: mijn vader was gestorven, en dan kwam ze in de kerk, en dan liep daar een collectant, en die hadden zwarte pakken vroeger. Dan zei mijn moeder: 'Jij hebt de maat van mijn man. Ken jij een pak gebruiken?' 'Oh mevrouw!' Dolgelukkig die man! Dus die kreeg een paar pakken van mijn moeder. Maar dat was toevallig een man, en die had een tuinderij buiten de stad. En wij zaten met die kinderen op school - dat wel hoor; daardoor kende ze 'm. En die man zei: 'Jij hoeft geen honger te lijen', zegt 'ie: 'Jij stuurt je kinderen maar.' En dan gingen wij met zo'n kistje - weet je wel, dat had je dan? - met twee van die houten handstukken d'r aan en een paar wieltjes van een kinderwagen... En dan gingen wij hiervandaan en dan gingen we naar de Kanaalweg en daar tegenover de Munt zo schuinweg, daar zat Jongerius, en daarachter woonde die tuinder, en dan gingen we daarheen, en dan, nou, soms hadden we twee rode kooltjes, maar dat was ook zo'n ramp niet. Want in de straat waren d'r mensen, en die hadden soms weer een paar aardappels of een paar uien of zoiets. En dan zeiden we... En soms kwamen we die straat in en dan keken die mensen al in dat karretje..."
TM: "Wat valt er te ruilen."
MJ: "Ja. En dan kwamen ze even daarna aan de deur bij mijn moeder. En dan snee mijn moeder bijvoorbeeld zo'n kool, en daar kreeg ze vier aardappelen. En mijn moeder kon 't... dat was heel goed, heel goed geregeld."
(Verteld te Lombok op 8 maart 2000)

Beschrijving

Vertelster heeft in de hongerwinter geen tulpenbollen hoeven eten. Moeder had geld van het pensioen van haar overleden man. Ze gaf de pakken van haar echtgenoot aan een man die een tuinderij bezat. De kinderen konden steeds groente bij hem gaan halen. In de straat werd dan een deel van de kool weer geruild voor aardappels of uien.

Bron

Interview 8 maart 2000 (bandopname archief Meertens Instituut)

Commentaar

8 maart 2000

Naam Overig in Tekst

Munt    Munt   

Jongerius    Jongerius   

Tweede Wereldoorlog    Tweede Wereldoorlog   

Naam Locatie in Tekst

Kanaalweg    Kanaalweg   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21