Hoofdtekst
FF: "Nou, we hebben het eens een keer gehad, op een zondag, met auto's. Sleutelen voor de deur."
MJ: "Ja, nu vind je alles gewoon, maar toen nog niet."
FF: "Op krikken, weet je wel. Nou, zondags, als er rust is, is d'r niks te beleven. Dus ik liep naar die jongens toe. Ik zeg: 'Jongens, dat zijn we hier in Nederland niet gewend dat er op zondag aan auto's gesleuteld wordt.' Ik zeg: 'Gisteren hebben jullie d'r de hele dag niks aan gedaan. Dan staat die auto daar. Zaterdag.' 'Ja, toen hadden we de spullen nog niet, en toen kon die man niet.' Enzovoorts. Ik zeg: 'Ik vind het niet leuk dat jullie dat doen.'"
MJ: "Een paar Turken kommen d'r an."
FF: "Pa komt naar buiten toe. Hij zegt: 'Jongens, spulletje laten zakken. Doordeweeks!'"
MJ: "Nou, dat vonden wij heel mooi."
FF: "Erg sympathiek. Nou, de andere week zaterdag, die jongens beginnen daar zo enne... toen begon het te sneeuwen."
[...]
MJ: "Ik zeg: 'En nou, hé? Wat doe je nou?'"
FF: "Ik zeg: 'M'n auto d'r uit rijden, en dan kunnen ze bij mij in de garage.' [...] Dus toen zijn ze in de garage... En ik heb ook een werkput in de garage. [...] Toen zeiden ze: 'Kunnen we daar ook in?' Ik zeg: 'Ja, daar kun je wel in, maar daar zit een hoop spullen in.' 'Ja, halen we d'r wel uit.' Nou ja, op het laatst hebben ze de hele garage ondersteboven. Dus ik zei tegen die jongens, ik zeg: 'Het is nu omdat ik het vorige keer zus en zo. Maar het is niet de bedoeling dat jullie hier straks een werkplaatsje van gaan maken. Want het is eenmalig'. Weet je wel? Maar een paar maanden daarna kwam pa van: 'Mijn uitlaat is kapot' en zus en zo. Ja, dat ga je op het laatst natuurlijk wel krijgen, hè, van die dingen."
(Verteld te Lombok op 8 maart 2000)
MJ: "Ja, nu vind je alles gewoon, maar toen nog niet."
FF: "Op krikken, weet je wel. Nou, zondags, als er rust is, is d'r niks te beleven. Dus ik liep naar die jongens toe. Ik zeg: 'Jongens, dat zijn we hier in Nederland niet gewend dat er op zondag aan auto's gesleuteld wordt.' Ik zeg: 'Gisteren hebben jullie d'r de hele dag niks aan gedaan. Dan staat die auto daar. Zaterdag.' 'Ja, toen hadden we de spullen nog niet, en toen kon die man niet.' Enzovoorts. Ik zeg: 'Ik vind het niet leuk dat jullie dat doen.'"
MJ: "Een paar Turken kommen d'r an."
FF: "Pa komt naar buiten toe. Hij zegt: 'Jongens, spulletje laten zakken. Doordeweeks!'"
MJ: "Nou, dat vonden wij heel mooi."
FF: "Erg sympathiek. Nou, de andere week zaterdag, die jongens beginnen daar zo enne... toen begon het te sneeuwen."
[...]
MJ: "Ik zeg: 'En nou, hé? Wat doe je nou?'"
FF: "Ik zeg: 'M'n auto d'r uit rijden, en dan kunnen ze bij mij in de garage.' [...] Dus toen zijn ze in de garage... En ik heb ook een werkput in de garage. [...] Toen zeiden ze: 'Kunnen we daar ook in?' Ik zeg: 'Ja, daar kun je wel in, maar daar zit een hoop spullen in.' 'Ja, halen we d'r wel uit.' Nou ja, op het laatst hebben ze de hele garage ondersteboven. Dus ik zei tegen die jongens, ik zeg: 'Het is nu omdat ik het vorige keer zus en zo. Maar het is niet de bedoeling dat jullie hier straks een werkplaatsje van gaan maken. Want het is eenmalig'. Weet je wel? Maar een paar maanden daarna kwam pa van: 'Mijn uitlaat is kapot' en zus en zo. Ja, dat ga je op het laatst natuurlijk wel krijgen, hè, van die dingen."
(Verteld te Lombok op 8 maart 2000)
Beschrijving
Een man maakt er bezwaar tegen als de zondagsrust verstoord wordt door Turken die aan hun auto sleutelen. Als de Turken de volgende week op zaterdag aan hun auto willen sleutelen, begint het te sneeuwen. De man maakt plaats in zijn garage, zodat ze daar kunnen komen werken.
Bron
Interview 8 maart 2000 (bandopname archief Meertens Instituut)
Commentaar
8 maart 2000
Naam Overig in Tekst
Turken   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
