Hoofdtekst
Mijn vader heeft altijd verteld, in den ouden tijd dat er een keer een paard was op een hofstee en dat was hele nachten slaan en smijten en als het hem nere smeet, ’t bleef liggen voor dood. Ze gingen achter de priester en den dezen zei tegen de boer: "Sluit alles goed, zorgvuldig af, dat er geen plekje meer en is die niet toe is”! Als alles goed toe was, je pakte een seule (emmer) water en je smeet dat over dat peerd en dien vent die dat paard betoverde stond daar bachten met ’t moment. Die priester zei: "Van waar komt je gij, waar heb je gij gepasseerd”. "Hewel”, zegt hij, "door ’t slotergat”! En feitelijk, ’t slotergat was niet toe. Dat hadden ze vergeten toe te doen; Vader heeft dat honderd keer verteld!
Beschrijving
Op een boerderij had men een paard dat de hele nacht kabaal maakte. Toen het paard ging liggen, leek het alsof het dier dood was. Van de pastoor kreeg de boer de raad om de schuur volledig af te sluiten zodat er geen enkele opening meer was. Vervolgens goot de pastoor water over het paard, waarna de tovenaar die het dier had betoverd in de schuur stond. De pastoor sprak geërgerd: "Wel, vanwaar kom jij?" De tovenaar antwoordde: "Ik ben langs het sleutelgat binnengekomen". Men was inderdaad vergeten het sleutelgat af te sluiten.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
17
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Reningelst   
