Hoofdtekst
Dwaallicht door voerman de vingers afgeslagen.Den ouwen Hageman verteldegen e keer dat ie mee ten twaalven van den nacht op den Hoogkouter kwam – da ze naar huis gingen mee ouder ossen en mee de wagens. En z’en hân geen lucht. En as ze daar ’t halven den Hoogkouter kwamen, mee éne keer kwaamt er daar azo een stalkeerse en ze zetteg’ haar op zijnen dijsel. En ze zagen veur naar huis te gaan.Maar nou, ie keekt omme op zijne wagene en ie zag daar azo twee keers vier vingers, dien azo van achter boven da sluitberd kwamen. En ie had azo een endeke van een keten op zijne wagen liggen en ie pakteg’het vaste en ie sleeg ernaar en alles was weg. En ie reed naar huis.En ’s anderdaags ’s morgens, ie spant weer in en ie keekt en der lagen vier vingers op zijne wagen!
Beschrijving
Een man die omstreeks middernacht terugkwam van de Hoogkouter, kwam een stalkaars tegen, die op de wagen ging zitten. Toen de man achteromkeek, zag hij tweemaal vier vingers boven de plank van de wagenkas uitsteken. De man nam een ketting en sloeg naar de vingers, waarna alles verdween. Toen de man de volgende ochtend naar zijn wagen ging, zag hij daar vier vingers liggen.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (zuiden)
21
fabulaat
Plaats van Handelen
Hoogkouter   
