Hoofdtekst
Enne nog horen vertellen van studenten en da was daar ne schaper en die studenten deden de schapen allemale dansen. Zo zei diene schaper: "Gij kunt gulder (gij) wat maar ‘k zal ’t ulder draaien." En hij deed zijne mantel af en hij sloeg erop mee zijne schaapslepel (schopje) en hij sloeg op zijnen eigene mantel danze lagen te krinkelen (kronkelen) achter de kasseie… de studenten.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een Duitse schaper die zijn schapen aan het hoeden was, zag enkele studenten voorbijkomen, die zijn schapen deden dansen. Daarop trok de schaapherder zijn mantel uit en sloeg erop met zijn schop. De studenten lagen op de kasseien te kronkelen van de pijn.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
394
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Adegem   
