Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0233_0233_21235

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

J’had hij dor èn oenderaardschen gang. Je zat hij dor in ’t bus van hier toet Langemark. Je ging gon stelen bij de rieke. Zijn bende leefd’up het schuum van d’andre menschen. Je dei toen nog niet vele moorden mor je steelde meer. ’t Wos meest up de grote hoven wor dat er buut wos. Ze mosten bij de klene niet gon want ’t wos toen e slichten tijd. ‘k Weet ik toen niet meer wor datten geblonden (achterwege gebleven) is.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Bakelandt vertoefde in de bossen tussen Woumen en Langemark. Hij had daar een onderaardse gang. De bende van Bakelandt ging stelen bij de rijken. Aanvankelijk pleegden de rovers weinig moorden.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
128A
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Bakelandt    Bakelandt   

Bakelandt (bende van)    Bakelandt (bende van)   

bende van Bakelandt    bende van Bakelandt   

Naam Locatie in Tekst

Woumen    Woumen