Hoofdtekst
44 En terzelfdertijd is die ‘sjóófet’ op Spouwen aangevlogen. En toen hij over Spouwen kwam, toen was het tegen de morgen en toen waren daar jagers in het veld. En die zagen hem. "Schiet maar op hem," zei de ene tegen de andere, ze hadden allebei een geweer. "Ja, maar het is nog hoog." "Schiet maar." En ze schoten allebei. En ze hadden geschoten en hem geraakt en hij was afgevallen. En toen hij afgevallen was, dan zijn ze gaan zien op de plaats waar ze dachten dat hij lag. En toen ze daar kwamen, was dat een ‘sjóófet’; toen was hij mee verbrand. Toen was de ‘sjóófet’ van die streek opgedoekt, want iedere streek had een ‘sjóófet’, wùr.45 Jaja.44 Toen was dat opgedoekt, toen bestond die niet meer.
Onderwerp
SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann
  
Beschrijving
Twee jagers die op een ochtend de sjoofert van Spouwen zagen vliegen, schoten naar de vurige verschijning. Toen ze gingen kijken, zagen de jagers een zwarte trechter op de grond liggen met daarin de as van de vuurman. Daarmee was de vuurman van Spouwen voorgoed verdwenen.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (groot-riemst)
44B 602
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
Plaats van Handelen
Spouwen   
